Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het rijden met een snelheid van 9 km per uur boven de toegestane limiet op een weg buiten de bebouwde kom te Wouwse Plantage op 18 augustus 2022. Betrokkene stelde dat er een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond en dat de boete ten onrechte op kenteken was opgelegd. De officier van justitie handhaafde de boete, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden en dat er geen aanleiding is om aan die verklaring te twijfelen. De boete is daarom terecht opgelegd. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met bijna een maand is overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd.
Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter, maar de kantonrechter wees het verzoek af om deze vergoeding aan de gemachtigde uit te betalen, omdat de wet voorschrijft dat de vergoeding uitsluitend aan betrokkene wordt betaald. De officier van justitie is opgedragen het te veel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: De boete wegens snelheidsovertreding wordt met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn en de officier van justitie wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.