Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het overschrijden van een doorgetrokken streep op de Philipsdam te Bruinisse op 29 juli 2022. Hij tekende beroep aan tegen de boete, stellende dat de locatieaanduiding onvoldoende specifiek was en dat hij zich daardoor onvoldoende kon verweren. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen de wijze van proceskostenvergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat betrokkene onvoldoende concrete feiten aanvoerde om die verklaring te betwisten. De boete is terecht opgelegd. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling met een maand was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd.
Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter. De kantonrechter wees het verzoek af om de proceskostenvergoeding aan de gemachtigde uit te betalen, omdat de wet sinds 1 januari 2024 voorschrijft dat deze vergoeding uitsluitend aan betrokkene wordt uitgekeerd. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en betrokkene kreeg het teveel betaalde bedrag terugbetaald.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.