Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder zichtbare geldige kaart op 4 augustus 2022. Hij stelde beroep in tegen de boete, dat deels gegrond werd verklaard door de officier van justitie met matiging van het sanctiebedrag en toekenning van proceskostenvergoeding.
Betrokkene ging hiertegen in beroep bij de kantonrechter, die op 30 september 2024 uitspraak deed. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging voldoende vaststond en dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden met bijna een maand. Dit leidde tot verdere matiging van de boete met 25%.
Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het kantonrechterberoep. De kantonrechter wees het verzoek af om de vergoeding aan de gemachtigde uit te betalen, omdat de wet sinds 2024 voorschrijft dat deze vergoeding uitsluitend aan betrokkene wordt betaald. De officier van justitie werd veroordeeld tot terugbetaling van te veel betaalde zekerheid en de boete werd gematigd tot € 22,50 plus administratiekosten.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot € 22,50 plus administratiekosten en een proceskostenvergoeding van € 437,50 wordt toegekend.