Eiseres heeft zorgtoeslag aangevraagd voor de jaren 2020, 2021 en 2022, maar deze aanvragen werden door de Dienst Toeslagen afgewezen omdat zij te laat waren ingediend. De wettelijke indieningstermijn voor zorgtoeslag is vastgesteld op 1 september van het jaar volgend op het berekeningsjaar, en deze termijn is strikt dwingendrechtelijk.
Eiseres voerde aan dat zij onjuist was voorgelicht over de wijze van aanvraag en dat de informatie op de aanvraagformulieren misleidend was, waardoor zij niet tijdig haar aanvragen kon indienen. Ook stelde zij dat een medewerker van de toeslagentelefoon haar had geïnformeerd dat zij tot drie jaar terug een herzieningsverzoek kon indienen.
De rechtbank overweegt dat de wettelijke termijn niet kan worden overschreden en dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. Ook is niet gebleken van een toezegging die het vertrouwensbeginsel zou kunnen rechtvaardigen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst zij het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.