Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het voetpad in de Nieuwlandstraat te Tilburg op 25 december 2021. Betrokkene voerde aan dat de verkeerssituatie onduidelijk was door een fuik en onduidelijke bebording, en dat de redelijke termijn was overschreden. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond.
De kantonrechter oordeelde dat de verkeerssituatie in drie periodes moet worden beoordeeld. In de eerste periode (juli-9 september 2021) was de bebording onvoldoende, waardoor boetes niet terecht waren. In de tweede periode (10 september-3 november 2021) was de bebording formeel in orde, maar door wegwerkzaamheden en onduidelijkheid matigde de rechtbank de boetes naar nihil. Vanaf 3 november 2021 was de situatie duidelijk en werden boetes terecht opgelegd.
De boete van betrokkene viel in de laatste periode en is inhoudelijk ongegrond. Wel is de redelijke termijn overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd. Daarnaast krijgt betrokkene een proceskostenvergoeding voor de fase bij de kantonrechter. De officier van justitie moet het teveel betaalde bedrag terugbetalen.
Uitkomst: De boete voor het rijden in het voetgangersgebied wordt gematigd vanwege onduidelijke bebording en overschrijding van de redelijke termijn.