Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het rijden op het voetgangersgebied in de Nieuwlandstraat te Tilburg op 8 november 2021. Hij stelde beroep in tegen de boete vanwege onduidelijke verkeerssituatie en bebording, die volgens hem niet voldeed aan het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden.
De kantonrechter hield rekening met eerdere themazittingen over deze locatie en onderscheidde drie periodes. In de eerste periode (juli-9 september 2021) was de bebording onvoldoende, waardoor boetes onterecht waren. In de tweede periode (10 september-3 november 2021) was de bebording formeel in orde, maar door wegwerkzaamheden en onduidelijkheid vond de kantonrechter het niet redelijk om boetes op te leggen en matigde deze naar nihil. Vanaf 3 november 2021 was de situatie duidelijk en boetes terecht opgelegd.
Hoewel het beroep inhoudelijk ongegrond werd verklaard voor de boete van betrokkene (8 november 2021 valt in de tweede periode), werd de boete gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn van meer dan twee jaar. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter.
De boete werd verminderd tot €112,50 plus administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag werd terugbetaald. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd wegens onduidelijke bebording en overschrijding redelijke termijn.