Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens rijden op het voetpad van de Nieuwlandstraat te Tilburg op 8 april 2022. Hij maakte bezwaar met het argument dat de verkeerssituatie onduidelijk was en dat er geen foto in het dossier zat. De officier van justitie verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter verwees naar eerdere themazittingen over de Nieuwlandstraat en stelde vast dat de verkeerssituatie vanaf 3 november 2021 voldoende duidelijk was door een inritconstructie en juiste bebording. Voor de periode vanaf die datum zijn boetes terecht opgelegd. Voor de periode daarvoor was sprake van onduidelijkheid en onvolledige bebording, waardoor boetes in die periodes niet terecht waren of gematigd moesten worden.
In deze zaak werd de boete opgelegd na 3 november 2021, maar de kantonrechter constateerde een schending van de hoorplicht door de officier van justitie en een overschrijding van de redelijke termijn van ruim 7 weken. Daarom werd de boete met 25% gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter.
De beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep werd vernietigd en de boete gematigd tot € 112,50 plus administratiekosten. Betrokkene krijgt een teveel betaalde zekerheidstelling terug en de officier van justitie wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 119,32.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot €112,50 wegens schending hoorplicht en overschrijding redelijke termijn, met toekenning van proceskostenvergoeding.