Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het rijden op het voetpad in de Nieuwlandstraat te Tilburg. De boete werd door de officier van justitie gehandhaafd, maar betrokkene stelde beroep in bij de kantonrechter. De kantonrechter onderzocht de verkeerssituatie en constateerde dat de bebording in de Nieuwlandstraat in 2021 onduidelijk was, met name door het ontbreken van vooraankondigingsborden die voorkomen dat bestuurders een fuik inrijden.
De kantonrechter onderscheidde drie periodes: vóór 10 september 2021 was de bebording onvoldoende en waren boetes niet terecht opgelegd; tussen 10 september en 3 november 2021 was de situatie formeel conform het beleidskader, maar nog onduidelijk voor bestuurders, waardoor boetes werden gematigd; vanaf 3 november 2021 was de situatie duidelijk en boetes terecht opgelegd.
De boete van betrokkene viel in de laatste periode, maar de redelijke termijn van behandeling werd overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter. De beslissing van de officier van justitie werd dienovereenkomstig gewijzigd.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding redelijke termijn en proceskostenvergoeding wordt toegekend.