Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het rijden op het voetgangersgebied Nieuwlandstraat te Tilburg op 6 maart 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete wegens onduidelijke verkeerssituatie en verzocht om matiging en proceskostenvergoeding. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter analyseerde de situatie aan de hand van een eerdere themazitting en beleidskader digitale handhaving. Er werd vastgesteld dat in de periode juli tot en met 9 september 2021 de verkeerssituatie onduidelijk was door het ontbreken van vooraankondigingsborden, waardoor boetes in die periode onterecht waren. In de periode 10 september tot 3 november 2021 was de situatie formeel duidelijk, maar door wegwerkzaamheden en onduidelijke bebording toch onduidelijk voor bestuurders, waardoor boetes in die periode worden gematigd naar nihil. Vanaf 3 november 2021 was de situatie duidelijk en boetes terecht opgelegd.
Hoewel het inhoudelijke beroep ongegrond is verklaard, oordeelde de kantonrechter dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden en de redelijke termijn van twee jaar was overschreden. Hierdoor werd de boete met 25% gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €875 toegekend voor de fase bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is gematigd met 25% vanwege schending hoorplicht en overschrijding redelijke termijn.