Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het rijden op het voetgangersgebied Nieuwlandstraat in Tilburg op 17 november 2021. Het beroep richtte zich op het ontbreken van duidelijke herkenbaarheid van het voetgangersgebied, het niet ontvangen van een waarschuwingsbrief en twijfel over de bevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar.
De kantonrechter stelde vast dat het voetgangersgebied was ingesteld met verkeersbesluit en bebording, maar dat in de periode juli tot 9 september 2021 de vooraankondigingsborden waren verwijderd waardoor bestuurders gedwongen werden de geslotenverklaring te negeren. Boetes uit die periode worden gegrond verklaard. Vanaf 10 september tot 3 november 2021 was de situatie onduidelijk door wegwerkzaamheden, waardoor boetes gematigd worden naar nihil. Vanaf 3 november 2021 is de situatie duidelijk en boetes worden ongegrond verklaard.
De kantonrechter oordeelde dat de bevoegdheid van de verbalisant niet voldoende werd betwist en matigde de boete met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.