ECLI:NL:RBZWB:2024:2915
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-tijdig ingediend bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting 2016
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 mei 2024 uitspraak gedaan in de zaak tussen de erven van de belastingplichtige en de inspecteur van de Belastingdienst. Het beroep betrof de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2016 en het afwijzende besluit op het verzoek om ambtshalve vermindering.
De inspecteur had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat was ingediend. De rechtbank bevestigde dat het bezwaarschrift pas op 4 januari 2022 was ontvangen, ruim na de wettelijke termijn die eindigde op 28 juni 2017. De rechtbank oordeelde dat deze termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar was, ook niet vanwege het niet op de hoogte zijn van een procedure of een beroep op het gelijkheidsbeginsel.
Daarnaast werd het verzoek om ambtshalve vermindering afgewezen omdat dit na de vijfjaarstermijn was ingediend. De rechtbank concludeerde dat het beroep kennelijk ongegrond was en verklaarde het beroep ongegrond zonder zitting. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige indiening van het bezwaar en afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering.