Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens rijden op het voetpad op 14 november 2021 in Tilburg. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij werd betoogd dat de boa niet bevoegd was en dat niet aan het Beleidskader digitale handhaving was voldaan.
De rechtbank oordeelt dat de gedraging vaststaat en dat de boete terecht is opgelegd, mede gelet op een eerdere uitspraak waarin is bevestigd dat vanaf september 2021 digitaal handhaven is toegestaan. De boete valt in de derde periode waarin duidelijk is dat het gebied een voetgangersgebied betreft.
De rechtbank constateert dat de redelijke termijn van behandeling met vier maanden is overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd. Tevens wordt een proceskostenvergoeding toegekend voor de kantonrechterfase. De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete is met 25% gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.