ECLI:NL:RBZWB:2024:225
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens historische nieuwprijs en waardevermindering schade
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van €5.422 en belastingrente van €36, die na bezwaar verminderd werden tot respectievelijk €5.225 en €34. De rechtbank behandelde het beroep en beoordeelde onder meer de waardevermindering wegens schade aan twee Mercedes-Benz A-klasse voertuigen en de juiste bepaling van de historische nieuwprijs voor afschrijving.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schade op het moment van aangifte aanwezig was en dat normale gebruiksschade niet in mindering kan worden gebracht. Wel werd geoordeeld dat de afschrijving voor auto 2 onjuist was berekend aan de hand van een referentievoertuig in plaats van de historische nieuwprijs van het betreffende voertuig, zoals bevestigd door een recent arrest van de Hoge Raad.
De naheffingsaanslag werd daarom verminderd met €129 tot €5.096 en de belastingrente overeenkomstig. Daarnaast werd belanghebbende een proceskostenvergoeding van €2.370 toegekend en een immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn van zeven maanden. De Staat werd mede als partij aangemerkt voor de immateriële schadevergoeding.
De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en bepaalt dat het griffierecht van €365 aan belanghebbende wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter V.A. Burgers op 18 januari 2024 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd en belanghebbende krijgt proceskosten- en immateriële schadevergoeding toegekend.