ECLI:NL:RBZWB:2024:2121
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde parkeerterrein gemeente Veere
Belanghebbende, gebruiker van een parkeerterrein nabij de Walcherse kust, maakte bezwaar tegen de WOZ-waardebepaling van €311.000 vastgesteld op 1 januari 2020. De heffingsambtenaar gebruikte de vergelijkingsmethode met een nabijgelegen parkeerterrein als referentie.
De rechtbank oordeelde dat het vergelijkingsobject voldoende vergelijkbaar was en dat de coronapandemie op de waardepeildatum nog geen invloed had, waardoor de waarde niet te hoog was vastgesteld. De rechtbank wees het verzoek tot heropening van het onderzoek af vanwege onvoldoende gewicht van de omstandigheden rondom de afwezigheid van de gemachtigde bij de zitting.
Verder werd een verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, mede omdat de vertraging mede aan de gemachtigde te wijten was. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardebepaling en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.