ECLI:NL:RBZWB:2024:2095
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzuimboete motorrijtuigenbelasting wegens te late betaling
Belanghebbende was houder van een personenauto en moest motorrijtuigenbelasting betalen per kwartaal. Voor de periode 8 juni 2022 tot en met 7 september 2022 betaalde belanghebbende de belasting te laat, waardoor de inspecteur een naheffingsaanslag met een verzuimboete van €55 oplegde. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de boete, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat het beroepschrift tijdig was ingediend omdat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de uitspraak op bezwaar tijdig was verzonden. De rechtbank beoordeelde vervolgens de rechtmatigheid van de verzuimboete en concludeerde dat de boete terecht was opgelegd omdat belanghebbende niet binnen de betaaltermijn had betaald en eerder ook al een betalingsverzuim had.
De rechtbank verwierp het beroep van belanghebbende dat hij geen schuld had of dat de boete onredelijk was. De rechtbank vond de boete passend en noodzakelijk voor normhandhaving. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de boete bleef in stand en belanghebbende kreeg geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verzuimboete van €55 blijft in stand.