ECLI:NL:RBZWB:2024:1476
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en interne compensatie bij waardering auto
Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van € 2.064 opgelegd door de inspecteur, die het bezwaar ongegrond verklaarde. De kern van het geschil betrof de juiste hoogte van de CO2-uitstoot en de historische nieuwprijs van een Mazda CX-5, alsmede de toepassing van interne compensatie en waardevermindering wegens schade.
De rechtbank oordeelt dat de CO2-uitstoot conform het kentekenregister (228 gr/km) moet worden gehanteerd, en bevestigt de historische bruto BPM van € 33.371. De netto catalogusprijs wordt vastgesteld op € 30.315, wat leidt tot een historische nieuwprijs van € 70.052. De handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat blijft € 12.396, omdat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze hoger moet zijn.
Het beroep op interne compensatie slaagt, omdat de inspecteur terecht heeft gesteld dat bij de naheffingsaanslag ten onrechte een volledige waardevermindering wegens schade is meegenomen. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van meer dan normale gebruiksschade. Hierdoor is de naheffingsaanslag niet te hoog vastgesteld en blijft deze in stand.
Daarnaast kent de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn met twee maanden. Ook worden proceskosten en griffierecht aan belanghebbende vergoed door de Staat. Het beroep wordt derhalve ongegrond verklaard, met toekenning van schadevergoeding en kosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand, met toekenning van immateriële schadevergoeding en proceskosten aan belanghebbende.