ECLI:NL:RBZWB:2024:1124
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergrijpboeten loonheffingen wegens onvoldoende bewijs grove schuld
Belanghebbende GmbH kreeg voor de jaren 2017 tot en met 2019 naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd, vergezeld van vergrijpboeten vanwege vermeende opzet of grove schuld. De inspecteur baseerde de boetes op het feit dat belanghebbende onvoldoende informatie aan haar adviseur zou hebben verstrekt, wat leidde tot onjuiste aangiften.
Tijdens het boekenonderzoek en de daaropvolgende bezwaar- en beroepsprocedure betwistte belanghebbende de verwijtbaarheid en stelde dat de communicatieproblemen het gevolg waren van personele wisselingen bij de gemachtigde. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur niet overtuigend had aangetoond dat sprake was van grove schuld op het moment van betaling van de belasting.
De rechtbank vernietigde daarom de boetebeschikkingen en wees de verzoeken om vergoeding van werkelijke proceskosten af, maar kende een vergoeding toe op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot betaling van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de vergrijpboeten loonheffingen wegens onvoldoende bewijs van grove schuld en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.