ECLI:NL:RBZWB:2023:8868
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar na nihilaangifte belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende diende een nihilaangifte in voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen over juni 2022 en maakte bezwaar tegen deze eigen aangifte. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaar belanghebbende niet in een betere positie kan brengen. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt dat het bezwaar kennelijk ongegrond is, waardoor zij uitspraak doet zonder zitting.
De rechtbank verwijst naar een arrest van de Hoge Raad uit 2014 waarin is bepaald dat een bezwaar niet-ontvankelijk moet worden verklaard als de indiener geen belang heeft, dat wil zeggen dat het rechtsmiddel hem niet in een betere positie kan brengen ten aanzien van het bestreden besluit. Omdat belanghebbende een nihil-aangifte heeft gedaan, valt er niets te verminderen en is het bezwaar zinloos.
Verder oordeelt de rechtbank dat er geen hoorplicht bestond omdat het bezwaar niet-ontvankelijk was, ook niet op grond van Unierecht. De klacht van belanghebbende over het hoorrecht wordt daarom afgewezen. Ook het betoog dat het vooraf heffen van griffierecht in strijd zou zijn met Unierecht wordt verworpen.
De inspecteur verzocht een proceskostenvergoeding wegens vermeend misbruik van procesrecht, maar de rechtbank wijst dit af omdat de gevraagde kosten niet vallen onder vergoeding van beroepsmatige rechtsbijstand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan belang.