ECLI:NL:RBZWB:2023:8594
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op aftrek negatieve inkomsten eigen woning voor niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtige op grond van Unierecht
Belanghebbende, woonachtig in België met een eigen woning aldaar, maakte aanspraak op aftrek van negatieve inkomsten uit eigen woning in Nederland over het jaar 2015. De inspecteur weigerde deze aftrek omdat belanghebbende niet voldeed aan de 90%-inkomenseis voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen volgens de Wet IB 2001.
De rechtbank oordeelt dat op grond van het Unierecht, met name de Schumacker-rechtspraak, Nederland als werklidstaat rekening moet houden met de persoonlijke en gezinssituatie van belanghebbende indien in het woonland geen inkomen van betekenis wordt genoten. Belanghebbende voldoet aan deze voorwaarden omdat hij in België een gering inkomen heeft.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de aanslag en belastingrente, en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn, proceskosten en griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep toe en vermindert de aanslag en belastingrente wegens onterecht geweigerde aftrek van negatieve inkomsten uit eigen woning.