ECLI:NL:RBZWB:2023:8264
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering NOW-subsidie wegens lagere loonsom en omzetverlies
Eiseres, een onderneming in de uitvaartbranche die voornamelijk met nul-urencontracten werkt, ontving een voorschot op de NOW-2 subsidie gebaseerd op een verwacht omzetverlies van 31%. De definitieve vaststelling door de minister stelde de subsidie echter op nihil vanwege een feitelijk omzetverlies van 23% en een lagere loonsom dan viermaal de loonsom van maart 2020. Hierdoor werd het voorschot van €182.448,- teruggevorderd.
Eiseres voerde aan dat de terugvordering onevenredig was en dat de minister geen maatwerk had toegepast. De rechtbank oordeelde dat de minister bevoegd was de subsidie lager vast te stellen op grond van artikel 8 van Pro de NOW-2 en artikel 4:46 van Pro de Awb, en dat de regeling niet bedoeld is voor werkgevers met nul-urencontracten die alleen daadwerkelijk gewerkte uren betalen. Hoewel het bestreden besluit motiveringsgebreken vertoonde, leidde dit niet tot benadeling van eiseres.
De rechtbank overwoog dat de minister een belangenafweging had gemaakt, mede gelet op het doel van de NOW-regeling en de noodzaak tot zorgvuldige besteding van gemeenschapsgeld. De financiële situatie van eiseres en een betalingsregeling werden daarbij betrokken. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar eiseres kreeg een vergoeding van proceskosten wegens de motiveringsgebreken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het voorschot van €182.448,- bevestigd.