ECLI:NL:RBZWB:2023:7934
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag accijns voor onverpakte sigaretten in garagebox
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag accijns van €209.703 en belastingrente van €1.095, opgelegd omdat in een door hem gehuurde garagebox ruim 1,1 miljoen sigaretten zonder accijnszegel werden aangetroffen.
De politie vond de sigaretten in juni 2018 in een garagebox op een bedrijventerrein. De beheerder van het terrein verklaarde dat belanghebbende de huurder was van die box, hoewel er geen schriftelijk huurcontract of betaalbewijzen waren. De rechtbank achtte de getuigenverklaringen geloofwaardig en concludeerde dat belanghebbende de sigaretten voorhanden had gehad of daarbij betrokken was.
Belanghebbende voerde aan dat de identificatie ondeugdelijk was, onder meer vanwege het ontbreken van een huurcontract en twijfel over de herkenning op een foto. De rechtbank verwierp dit en paste de vrije bewijsleer toe. Daarnaast kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van 33 maanden, met een totaalbedrag van €3.500, te betalen door inspecteur en Minister.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de naheffingsaanslag en belastingrente, en veroordeelde de inspecteur en Minister tot vergoeding van immateriële schade, proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag accijns en belastingrente worden gehandhaafd; belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.