ECLI:NL:RBZWB:2023:7518
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid navordering vennootschapsbelasting 2017 wegens redelijkerwijs kenbare fout
Belanghebbende, een vennootschap actief in IT-advies, kreeg een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2017 opgelegd door de inspecteur. Deze navordering volgde op een herstructurering waarbij liquidatieverliezen werden opgevoerd. De inspecteur stelde dat navordering mogelijk was wegens kwade trouw van de adviseur, een redelijkerwijs kenbare fout of een nieuw feit.
De rechtbank onderzocht of de inspecteur bevoegd was tot navordering. Kwade trouw van de adviseur werd niet bewezen; de inspecteur kon niet concreet aantonen dat onjuiste of onthouden inlichtingen opzettelijk waren verstrekt vóór de primitieve aanslag. Wel was sprake van een fout in de primitieve aanslag die niet kwalificeerde als een beoordelingsfout van de inspecteur.
De rechtbank concludeerde dat de fout redelijkerwijs kenbaar was voor belanghebbende, omdat het verschil in belastingbedrag meer dan 30% bedroeg. Daarom was de inspecteur bevoegd tot navordering op grond van artikel 16, tweede lid, aanhef en letter c, van de AWR. Het beroep werd ongegrond verklaard, en de navorderingsaanslag inclusief belastingrente bleef in stand.
Uitkomst: De navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2017 is terecht opgelegd wegens een redelijkerwijs kenbare fout; het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.