ECLI:NL:RBZWB:2023:7346
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens ambtelijk verzuim zonder kwade trouw
Belanghebbende voerde samen met zijn vader en broer een vennootschap onder firma (vof) in 2011. Na een eerste aangifte en primitieve aanslag, diende belanghebbende een herziene aangifte in met een aanzienlijk lager belastbaar inkomen. De inspecteur legde vervolgens een navorderingsaanslag op, gebaseerd op een boekenonderzoek en strafrechtelijke informatie.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur de navorderingsaanslag niet had mogen opleggen omdat hij de uitkomsten van het aangekondigde boekenonderzoek had moeten afwachten. Het voortijdig vaststellen van de aanslag wordt gekwalificeerd als ambtelijk verzuim. Daarnaast is geen sprake van kwade trouw bij belanghebbende, aangezien de herziene aangifte pas na de definitieve aanslag is ingediend.
Als gevolg vernietigt de rechtbank de navorderingsaanslag, de heffingsrentebeschikking en de boetebeschikking. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De navorderingsaanslag, heffingsrentebeschikking en boetebeschikking worden vernietigd wegens ambtelijk verzuim zonder kwade trouw.