ECLI:NL:RBZWB:2023:6155
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens ontbreken deugdelijke verzendadministratie WOZ-beschikking
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking van 2 februari 2022, die volgens de heffingsambtenaar tijdig was verzonden en waartegen het bezwaar te laat was ingediend. De rechtbank beoordeelde of de verzending en daarmee de bekendmaking van de beschikking aannemelijk was gemaakt.
De heffingsambtenaar overlegde een totaalbestand dat naar een organisatie was gestuurd, die de stukken ter verzending aan Intrapost aanbood. Dit overzicht voldeed echter niet aan de eisen van een deugdelijke verzendadministratie, omdat niet duidelijk was wanneer en aan welk postvervoersbedrijf de beschikking was aangeboden. Er was geen sluitend bewijs van verzending en de aansluiting tussen het aanslagbiljet en het verzendbestand ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat daardoor niet is aangetoond dat de beschikking op juiste wijze is verzonden en bekendgemaakt. Het bezwaar was ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Het beroep werd dan ook gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de heffingsambtenaar opgedragen alsnog inhoudelijk op het bezwaar te beslissen.
Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van belanghebbende. Het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen omdat de redelijke behandeltermijn niet was overschreden.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd wegens ontbreken van een deugdelijke verzendadministratie.