Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 augustus 2023 in de zaak tussen
[B.V. 1] , gevestigd te [vestigingsplaats] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Schouwen-Duiveland, de heffingsambtenaar,
de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid), de minister.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Motivering
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 333,33;
- veroordeelt de minister tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 1.166,67;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 418,50 aan proceskosten aan belanghebbende;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 418,50 aan proceskosten aan belanghebbende;
- gelast dat de heffingsambtenaar de helft van het door belanghebbende betaalde griffierecht aan haar vergoedt, zijnde € 180;
- gelast dat de minister de helft van het door belanghebbende betaalde griffierecht aan haar vergoedt, zijnde € 180.