ECLI:NL:RBZWB:2023:5326
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek studiekosten collegegeld buitenlandse student in Nederland
Belanghebbende, een buitenlandse student uit India die sinds 20 augustus 2017 in Nederland woont, heeft het collegegeld voor het studiejaar 2017/2018 in juni 2017 betaald. Hij vordert aftrek van deze studiekosten in zijn aangifte inkomstenbelasting 2017. De inspecteur wijst dit af omdat het collegegeld is betaald vóór het moment dat belanghebbende binnenlands belastingplichtige werd.
De rechtbank bevestigt dat het moment van betaling bepalend is voor aftrekbaarheid op grond van artikel 6.40 Wet IB 2001 en dat belanghebbende toen nog geen binnenlandse belastingplicht had. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur de hoorplicht niet heeft geschonden, omdat belanghebbende via zijn gemachtigde heeft afgezien van een hoorzitting. Ook is het motiveringsbeginsel niet geschonden.
Belanghebbende voert aan dat het niet toestaan van aftrek in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank wijst dit af omdat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is en er geen objectieve rechtvaardiging ontbreekt voor de ongelijke behandeling. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en belanghebbende krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het betaalde collegegeld is niet aftrekbaar als studiekosten.