Eiser maakte aanspraak op aftrek van studiekosten in de aangifte inkomstenbelasting over 2015. Deze kosten waren betaald voordat hij in Nederland belastingplichtig werd, aangezien hij pas op 2 juli 2015 vanuit China naar Nederland emigreerde en zich op 5 augustus 2015 inschreef in de Basisregistratie Personen.
De rechtbank stelt vast dat het moment van betaling bepalend is voor de aftrekbaarheid van persoonsgebonden aftrekposten zoals studiekosten. Omdat de betaling van € 28.572 op 14 april 2015 plaatsvond, vóór het ontstaan van de binnenlandse belastingplicht, is er geen recht op aftrek.
Daarnaast is geoordeeld dat de motiveringsbeginsel niet is geschonden door de inspecteur, ondanks dat de afwijzing van de aftrek in de definitieve uitspraak anders is onderbouwd dan in de vooraankondiging.
Het beroep is ongegrond verklaard en het beroep tegen de belastingrente is eveneens afgewezen wegens gebrek aan zelfstandige gronden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.