ECLI:NL:HR:2009:BK5986
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding in belastingaanslaggeschil en toepassing artikel 6 EVRM
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2003 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar door de Inspecteur werd verminderd. Het verzoek van belanghebbende om een proceskostenvergoeding werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en kende een proceskostenvergoeding toe, maar het hof vernietigde dit voor zover het de proceskosten betrof en stelde een lagere vergoeding vast.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het hofarrest. De Hoge Raad onderzocht of de geringe hoogte van de proceskostenvergoeding een beperking van de toegang tot de rechter vormt in strijd met artikel 6 EVRM Pro. Gelet op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing op geschillen die uitsluitend belastingaanslagen betreffen.
Ook het betoog dat het recht op een proceskostenvergoeding een burgerlijk recht is in de zin van artikel 6 EVRM Pro werd verworpen. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de beperkte proceskostenvergoeding blijft in stand.