ECLI:NL:RBZWB:2023:5078
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning te Drimmelen
Belanghebbenden zijn eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning te Drimmelen waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2020 is vastgesteld op € 251.000. Zij betwisten deze waarde en stellen dat de waarde maximaal € 210.000 bedraagt. De heffingsambtenaar handhaaft de waarde en baseert deze op een taxatiematrix met vergelijkingswoningen en correcties voor ligging, inhoud en staat van onderhoud.
De rechtbank beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld. Belanghebbenden brengen een eigen taxatierapport in, maar dit is niet bruikbaar voor de waardepeildatum. Ook hun betoog over de ligging van referentiewoningen is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
Verder is de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsfase met circa vijf maanden overschreden. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding van € 50 toe aan belanghebbenden, te betalen door de Staat. Daarnaast worden proceskosten van € 418,50 aan belanghebbenden toegekend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard; de waarde blijft € 251.000 en de aanslag gehandhaafd.