Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2023 in de zaak tussen
[naam eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Beroepsgronden
Overwegingen van de rechtbank
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, die sinds december 2020 een bijstandsuitkering ontvangt, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen om bijzondere bijstand voor opknapkosten en inrichtingskosten van haar nieuwe woning na verhuizing. Het college wees de aanvraag af omdat de verhuizing wenselijk maar niet noodzakelijk werd geacht, en daarmee ook de kosten niet noodzakelijk.
Eiseres stelde dat de verhuizing noodzakelijk was vanwege een verslechterde relatie met haar zoon bij wie zij eerder woonde en dat zij vanwege haar financiële situatie niet had kunnen reserveren voor de kosten. De rechtbank overwoog dat volgens vaste rechtspraak eerst moet worden vastgesteld of de kosten zich voordoen, vervolgens of deze noodzakelijk zijn en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, en of zij niet uit de bijstandsnorm kunnen worden voldaan.
De rechtbank stelde vast dat de kosten zich hebben voorgedaan, maar dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een acute noodzaak tot verhuizing was. Er was geen medische noodzaak of urgentieverklaring en de verslechterde relatie met haar zoon was onvoldoende om de noodzakelijkheid te onderbouwen. Daarom was het college terecht in het afwijzen van de aanvraag. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor opknap- en inrichtingskosten wordt ongegrond verklaard.