ECLI:NL:RBZWB:2023:3089
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen verlenging ziekengeldsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen
Eiseres, eigenrisicodrager voor de Ziektewet, betwist de door het UWV opgelegde verlenging van de periode waarover zij ziekengeld moet doorbetalen aan een voormalige werkneemster. De werkneemster was sinds augustus 2018 ziekgemeld en ontving vanaf april 2019 een ZW-uitkering. Het UWV legde een ziekengeldsanctie op omdat de re-integratie-inspanningen van eiseres onvoldoende waren, mede doordat de bedrijfsarts een forse urenbeperking aannam die volgens eiseres onjuist was vastgesteld.
De rechtbank beoordeelt of het UWV op goede gronden de sanctie heeft opgelegd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en de arbeidsdeskundige b&b concludeerden dat de belastbaarheid van de werkneemster minder beperkt was dan de bedrijfsarts aannam, waardoor re-integratiekansen zijn gemist. Eiseres bracht onvoldoende nieuwe medische informatie in om dit standpunt te weerleggen.
De rechtbank volgt het UWV en stelt vast dat de bedrijfsarts onvoldoende gemotiveerd heeft hoe hij tot de forse beperkingen is gekomen en dat de belastbaarheid reeds voor de coronapandemie was vastgesteld. Omdat eiseres is uitgegaan van een te zware urenbeperking, zijn er re-integratiekansen onbenut gebleven. De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht een ziekengeldsanctie heeft opgelegd en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot verlenging van de ziekengeldperiode blijft in stand.