ECLI:NL:RBZWB:2023:2816
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over nabetaling arbeidsongeschiktheidspensioen niet onrechtmatig
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2020, waarbij een nabetaling van een arbeidsongeschiktheidspensioen van het ABP als belastbaar inkomen uit werk en woning werd aangemerkt. Zij stelde dat deze nabetaling onterecht als zodanig werd belast en dat zij mocht vertrouwen op inhouding van loonheffing door het pensioenfonds.
De rechtbank oordeelde dat de pensioenuitkering volgens de geldende fiscale wetgeving terecht tot het belastbaar inkomen uit werk en woning werd gerekend. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel faalde, omdat belanghebbende geen concrete feiten aanvoerde die een beschermd vertrouwen konden onderbouwen en de inspecteur niet onzorgvuldig had gehandeld.
Ook het beroep op het Eerste Protocol van het EVRM wegens een individuele buitensporige last werd verworpen, omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de belastingheffing voor haar zwaarder woog dan voor andere belastingplichtigen.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van het beroep op de hardheidsclausule en het verzoek om kwijtschelding, en wees het beroep verder af. De aanslag IB/PVV 2020 blijft derhalve in stand.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020 blijft in stand; het beroep wordt afgewezen.