ECLI:NL:RBZWB:2023:1723
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Eiseres heeft bijstandsuitkering ontvangen van 31 mei 2017 tot en met 31 maart 2020. Het college startte een rechtmatigheidsonderzoek vanwege onduidelijkheden over alimentatie, inkomsten uit haar onderneming, verblijf in het buitenland en bankstortingen. Eiseres erkende alimentatie te hebben ontvangen zonder melding te maken, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt.
Daarnaast meldde zij geen inkomsten uit haar onderneming, hoewel aangiften inkomstenbelasting deze aantonen. De rechtbank volgt de vaste rechtspraak dat bijstandgerechtigden geen kosten mogen aftrekken bij vaststelling inkomen. Ook meldde eiseres haar verblijven in het buitenland niet, terwijl dit relevant is voor het recht op bijstand. Verder werden stortingen en bijschrijvingen op haar rekeningen niet gemeld en onvoldoende onderbouwd.
Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen en was intrekking en terugvordering terecht. Het bezwaar van eiseres werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij recht had op bijstand indien zij wel aan haar inlichtingenplicht had voldaan.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 14 maart 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiseres kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.