ECLI:NL:RBZWB:2022:8203
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek teruggaaf dividendbelasting buitenlandse beleggingsinstelling
Belanghebbende, een in de Verenigde Staten gevestigde trust die belegt in Nederlandse vennootschappen, verzocht om teruggaaf van ingehouden dividendbelasting over de boekjaren 2012, 2013 en 2014. De inspecteur wees deze verzoeken af en verklaarde de bezwaren ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat volgens het arrest van de Hoge Raad van 9 april 2021 het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buitenlandse beleggingsfondsen niet in aanmerking komen voor de afdrachtvermindering. Belanghebbende maakte bovendien niet aannemelijk dat zij vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling, met name niet ten aanzien van de aandeelhouderseisen en de dooruitdelingseis.
De Hoge Raad had eerder geoordeeld dat de aandeelhouderseisen en dooruitdelingseis niet in strijd zijn met het Unierecht. Belanghebbende slaagde er niet in aan te tonen dat zij aan deze eisen voldoet. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en is er geen recht op teruggaaf van dividendbelasting of rente. De rechtbank wees ook een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de teruggaaf van dividendbelasting.