ECLI:NL:RBZWB:2022:8087
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek teruggaaf dividendbelasting buitenlandse beleggingsinstelling
Belanghebbende, een in het Verenigd Koninkrijk gevestigd en aan de London Stock Exchange genoteerd beleggingsfonds, verzocht om teruggaaf van ingehouden dividendbelasting over de boekjaren 2013/2014, 2014/2015 en 2015/2016. De inspecteur wees deze verzoeken af en verklaarde de bezwaren ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat de Hoge Raad in een arrest van 9 april 2021 heeft bepaald dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor de regeling van de afdrachtvermindering. Belanghebbende maakte bovendien niet aannemelijk dat zij voldoende vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling, met name vanwege het niet voldoen aan de dooruitdelingseis.
De Hoge Raad heeft in een arrest van 23 oktober 2020 verduidelijkt dat aan de dooruitdelingseis wordt voldaan als de winst volgens de wetgeving van de vestigingsstaat als uitgekeerd wordt beschouwd en bij de participanten wordt belast alsof deze is uitgekeerd. Belanghebbende kon dit niet aantonen. Daarom bestaat geen recht op teruggaaf van dividendbelasting, noch op rentevergoeding. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van teruggaaf van dividendbelasting worden ongegrond verklaard.