Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
De oprichter:
[A] (…) (hierna te noemen: oprichter).
Het stichtingsbestuur bestaat uit 3 (drie) leden.
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
- de adviesraad neemt zijn besluiten bij meerderheid van stemmen, maar in het onderhavige jaar had [B] een vetorecht;
- tot het benoemen van begunstigden kan het onafhankelijk (derden)bestuur besluiten zonder betrokkenheid van de adviesraad;
- voor het besluit tot opheffen van belanghebbende is altijd toestemming nodig van [B] of [C] ;
- voor een besluit tot wijziging van de statuten van belanghebbende is altijd toestemming nodig van [B] of [C] ;
- het onafhankelijk (derden)bestuur besluit tot het doen van uitkeringen aan begunstigden, voorafgaand waaraan een besluit van de adviesraad is vereist. Het bestuur kan zich hierbij
en[onderstreping door de rechtbank] zolang [C] de leeftijd van 28 jaar nog niet heeft bereikt. Het gebruik van het woord “en” in de opsomming duidt er grammaticaal op dat daarna een cumulatieve voorwaarde volgt. Als daarna een alternatieve voorwaarde zou volgen, zou het woord “of” zijn gebruikt. Nu de oprichter in het onderhavige jaar niet overleden of duurzaam handelingsonbekwaam was, deed de situatie zich niet voor dat de stem van [B] doorslaggevend was.
geen grond [ziet] om tot een ander oordeel te komen’is gebaseerd op de voor desbetreffende jaren – ook in het onderhavige jaar –
‘geldende oprichtingsakte en aanvullende oprichtingsakte’(waarvoor de toestemmingskwestie dus niet relevant is)
.Op basis daarvan heeft het geoordeeld dat
‘ [A] de volledige zeggenschap heeft en enige begunstigde is’.
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: