ECLI:NL:RBZWB:2022:7020
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde kasstortingen
Eisers ontvingen een bijstandsuitkering die door het college werd herzien en teruggevorderd wegens kasstortingen op hun rekening die niet waren gemeld. Het college beschouwde deze stortingen als middelen in de zin van de Participatiewet en wees het bezwaar van eisers af. Eisers stelden dat een storting van € 2.500,00 geen inkomen was, maar een praktische overboeking namens een derde.
De rechtbank oordeelde dat het bedrag van € 2.500,00 inderdaad niet voor eisers bestemd was en niet als inkomen kon worden aangemerkt. De overige kasstortingen werden wel terecht als inkomen beschouwd omdat eisers deze niet aannemelijk anders hadden onderbouwd. Hierdoor was sprake van schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het betrekking had op de storting van € 2.500,00 en beperkte de terugvordering tot € 1.733,01. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eisers. Het beroep werd daarmee gegrond verklaard en het bestreden besluit deels vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de terugvordering wordt beperkt tot € 1.733,01, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.