ECLI:NL:RBZWB:2022:5494
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart bezwaar niet-ontvankelijk en wijst verzoek ambtshalve vermindering af wegens overschrijding termijn
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2018 en tevens een verzoek tot ambtshalve vermindering ingediend. De inspecteur heeft niet tijdig op deze bezwaren en verzoeken beslist, waarop belanghebbende de inspecteur in gebreke stelde en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank overweegt dat de inspecteur uiterlijk op 23 maart 2022 had moeten beslissen op het bezwaar en uiterlijk 6 april 2022 op het verzoek om ambtshalve vermindering. Omdat de inspecteur niet tijdig heeft beslist, is het beroep gegrond wegens het niet tijdig beslissen. Echter, inhoudelijk is het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een tijdige indiening binnen de bezwaartermijn en het verzoek om ambtshalve vermindering kennelijk ongegrond omdat de aanslag nihil is en belanghebbende geen geldige grond aanvoert.
De rechtbank wijst het verzoek om een dwangsom af omdat de inspecteur geen dwangsom verschuldigd is bij kennelijke niet-ontvankelijkheid of ongegrondheid. De rechtbank neemt met deze uitspraak de beslissing die de inspecteur had moeten nemen, verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk, wijst het verzoek om ambtshalve vermindering af en draagt de inspecteur op het betaalde griffierecht te vergoeden aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens niet tijdig beslissen, het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om ambtshalve vermindering wordt afgewezen.