ECLI:NL:RBZWB:2022:4067
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen inhouding loonheffingen niet tijdig ingediend en niet-ontvankelijk verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de inhouding van loonheffingen over de jaren 2018 en 2019. De inspecteur verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk omdat zij niet tijdig waren ingediend binnen de wettelijke termijn van zes weken na inhouding van de loonheffing.
Belanghebbende stelde dat een nieuw feit ontstond door verbeteringen van aanslagen in België, maar dit werd niet als verontschuldiging voor de termijnoverschrijding geaccepteerd. De rechtbank oordeelde dat een later opgekomen reden geen rechtvaardiging is voor het overschrijden van de termijn en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring.
Daarnaast verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om ambtshalve beslissingen van de inspecteur aan te vechten, omdat deze niet vatbaar zijn voor bezwaar of beroep en verwees naar de mogelijkheid om het geschil via een civiele fiscale procedure aan te vechten.
De rechtbank wees proceskostenveroordeling af en informeerde over de mogelijkheid tot bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.
De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 22 juli 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren zijn ongegrond verklaard en de rechtbank is onbevoegd voor de ambtshalve beslissingen.