ECLI:NL:RBZWB:2022:3028
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar parkeerbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting, maar dit bezwaar werd door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank beoordeelt of deze niet-ontvankelijkverklaring terecht is en of de hoorplicht is nageleefd.
De rechtbank verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 18 oktober 2019, waarin is vastgesteld dat de heffingsambtenaar zorgvuldigheid moet betrachten en niet zonder meer een bezwaar niet-ontvankelijk mag verklaren zonder de belanghebbende eerst de kans te geven zich uit te laten over de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Uit het dossier blijkt dat deze gelegenheid niet is geboden, ook niet ondanks dat belanghebbende een professionele gemachtigde heeft.
Daarom oordeelt de rechtbank dat de heffingsambtenaar tekort is geschoten in zijn zorgvuldigheidsplicht en wijst het beroep toe. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de heffingsambtenaar voor een nieuwe beslissing met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten voor juridische bijstand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en de zaak terugverwezen naar de heffingsambtenaar.