ECLI:NL:RBZWB:2021:5180
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten bewindvoerder voorafgaand aan aanvraagdatum
Eiseres stond sinds 2 maart 2018 onder bewind en kreeg op 28 mei 2019 een nieuwe bewindvoerder benoemd met ingang van 16 juni 2019. Zij vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van de bewindvoerder vanaf 28 mei 2019, maar het college kende alleen de kosten toe vanaf 4 juli 2019, de datum van de aanvraag. De kosten tussen 16 juni en 4 juli 2019 werden afgewezen omdat de aanvraag niet eerder was ingediend.
Eiseres voerde aan dat het redelijkerwijs niet mogelijk was om de aanvraag eerder in te dienen vanwege de tijd die nodig was om de beschikking van de kantonrechter te ontvangen en de beheerrekening te openen. De rechtbank oordeelde dat dit geen bijzondere omstandigheden zijn die afwijken van het uitgangspunt dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend vóór de datum van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres tijdig een incomplete aanvraag had kunnen indienen en dat het college het beleid consistent had toegepast. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het college Breda om bijzondere bijstand voor kosten van de bewindvoerder vóór de aanvraagdatum niet toe te kennen, wordt ongegrond verklaard.