Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Graag wil ik van het volgende melding maken. Dhr [belanghebbende] van [belanghebbende] te [woonplaats] pleegt belasting fraude.
Ik als ondernemer betaal mijn belastingen netjes en houd mijn aan de regel en wetgeving.
Maar deze ondernemer verkoopt keukens met daarin de optie om een deel zwart te betalen. Hij doet dit regelmatig wat ik uit ervaring heb meegemaakt en ook van andere mensen heb ik hetzelfde verhaal gehoord. Een voorbeeld, men koopt een keuken op papier voor €15.000- dan wordt er een factuur gemaakt van €10.000 en €5000 gaat onder tafel door. Ik weet niet of hier iets aan gedaan kan worden maar het voelt gewoon niet goed vandaar mijn melding.
[medebelanghebbende] – 17074529
[medebelanghebbende] – 17254554
Met Vriendelijke Groet
With Kind Regards,
[melder]
[melder] (…)”
- omzetbelasting ( [rsin] , Fiscale eenheid [medebelanghebbende] en [medebelanghebbende]
C.S.) over het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015;
3.Geschil
4.4. Beoordeling van het geschil
.Dit alles geeft de rechtbank aanleiding om op grond van artikel 2, lid 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht een hogere proceskostenvergoeding dan gebruikelijk toe te kennen. Dit leidt evenwel niet tot een volledige vergoeding van belanghebbendes proceskosten. De rechtbank komt tot een hogere vergoeding dan gebruikelijk door uit te gaan van een zwaardere wegingsfactor voor de zwaarte van de zaak van 2 in plaats van 1.
5.Griffierecht en proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de informatiebeschikking;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 46 aan hem vergoedt;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 83;
- veroordeelt de minister tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.917.
5201 CZ ’s-Hertogenbosch. De rechters die deze uitspraak hebben gedaan, zijn normaal gesproken als raadsheer werkzaam bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Zij zijn in 2021 als rechter-plaatsvervanger gedetacheerd bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Een eventueel hoger beroep moet worden ingediend bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, maar zal worden behandeld door raadsheren van het gerechtshof Den Haag, dat als nevenzittingsplaats van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch is aangewezen.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: