Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
C.S.) over het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015;
3.Geschil
.Dit alles geeft de rechtbank aanleiding om op grond van artikel 2, lid 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht een hogere proceskostenvergoeding dan gebruikelijk toe te kennen. Dit leidt evenwel niet tot een volledige vergoeding van belanghebbendes proceskosten. De rechtbank komt tot een hogere vergoeding dan gebruikelijk door uit te gaan van een zwaardere wegingsfactor voor de zwaarte van de zaak van 2 in plaats van 1.
5.Griffierecht en proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de informatiebeschikking;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 46 aan haar vergoedt;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 83;
- veroordeelt de minister tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.917.
5201 CZ ’s-Hertogenbosch. De rechters die deze uitspraak hebben gedaan, zijn normaal gesproken als raadsheer werkzaam bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Zij zijn in 2021 als rechter-plaatsvervanger gedetacheerd bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Een eventueel hoger beroep moet worden ingediend bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, maar zal worden behandeld door raadsheren van het gerechtshof Den Haag, dat als nevenzittingsplaats van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch is aangewezen.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: