Eiseres, sinds 1993 gescheiden van tafel en bed van haar echtgenoot, verzocht om een AOW-uitkering naar de norm van een alleenstaande. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat zij meende dat eiseres niet duurzaam gescheiden leefde. De rechtbank onderzocht de feitelijke situatie, waarbij onder meer huisbezoeken en de aard van het contact tussen eiseres en haar echtgenoot werden betrokken.
De rechtbank stelde vast dat hoewel eiseres en haar echtgenoot nog contact hebben vanwege de zorg voor hun kleinkinderen, zij al meer dan 25 jaar niet meer samenwonen, geen gezamenlijke financiële belangen delen, en hun leven gescheiden leiden alsof zij niet gehuwd zijn. Dit beperkte contact was onvoldoende om te concluderen dat zij niet duurzaam gescheiden leven.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit van de Svb en herroept het primaire besluit, waarbij zij bepaalt dat eiseres vanaf 12 april 2019 als ongehuwde moet worden aangemerkt voor de AOW. Tevens veroordeelde de rechtbank de Svb tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten.