ECLI:NL:RBZWB:2019:686
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierecht bevestigd
Eiser heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom, waarin zijn aanvragen voor bijzondere bijstand voor eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierecht respectievelijk € 534,- en € 143,- zijn afgewezen. De rechtbank heeft beide zaken gelijktijdig behandeld.
De kern van het geschil betreft de vraag of eiser recht heeft op bijzondere bijstand, waarbij het college heeft geoordeeld dat eiser voldoende draagkracht heeft om de kosten zelf te voldoen. Eiser stelde onder meer dat de kostendelersnorm ten onrechte is toegepast en dat sprake is van een acute noodsituatie op grond van artikel 8 EVRM Pro en artikel 16 Participatiewet Pro.
De rechtbank overweegt dat de kostendelersnorm terecht is toegepast omdat eiser bij zijn broer en diens echtgenote inwoont en geen uitzonderingen van toepassing zijn. Daarnaast is onvoldoende gebleken dat de kosten voor homeopathische medicatie onvermijdelijk zijn. De rechtbank acht de psychische klachten van eiser geen acute noodsituatie zoals bedoeld in de Participatiewet. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro is onvoldoende onderbouwd.
Gezien de resterende draagkracht van € 1.220,02 en het feit dat eiser de kosten inmiddels zelf heeft voldaan, concludeert de rechtbank dat het college terecht de aanvragen heeft afgewezen. De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de aanvragen voor bijzondere bijstand wegens voldoende draagkracht en het ontbreken van een acute noodsituatie.