ECLI:NL:RBZWB:2019:5278
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Bollen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot nihilstelling kinderalimentatie bij bijstandsuitkering onderhoudsplichtige
De man verzoekt de kinderalimentatie te verlagen naar nihil omdat hij sinds juni 2018 een bijstandsuitkering ontvangt en geen draagkracht heeft. De vrouw voert verweer dat het inkomensverlies herstelbaar is en verwijtbaar omdat de man zonder noodzaak zijn vaste baan heeft beëindigd.
De rechtbank overweegt dat de alimentatierechter een zelfstandige beoordelingsmaatstaf hanteert en niet gebonden is aan het oordeel van andere overheidsinstanties zoals het bestuursorgaan dat de uitkering toekent. Uit jurisprudentie volgt dat bijstandsuitkering niet automatisch leidt tot nihilstelling alimentatie als het inkomensverlies herstelbaar is.
De man heeft onvoldoende bewijs geleverd van duurzame ongeschiktheid om inkomen te verwerven, terwijl de vrouw onbetwist heeft gesteld dat er voldoende vacatures zijn. Daarom wordt het inkomensverlies als herstelbaar beschouwd. Omdat dit de enige grond voor het verzoek is, wordt het verzoek afgewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitgesproken door rechter Bollen op 27 november 2019.
Uitkomst: Verzoek tot nihilstelling kinderalimentatie wordt afgewezen omdat het inkomensverlies herstelbaar wordt geacht.