ECLI:NL:RBZWB:2019:4541
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil over loonheffing bijtelling privégebruik auto en artikel 110 VWEU
Belanghebbende betwist de inhouding van loonheffing over de bijtelling voor privégebruik van een auto, omdat de regeling de catalogusprijs als basis neemt zonder onderscheid tussen nieuwe en gebruikte auto's, wat volgens hem in strijd is met artikel 110 van Pro het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, waarin het beroep op artikel 110 VWEU Pro werd afgewezen, en naar de Hoge Raad die deze uitspraken bevestigde door de cassatieberoepen ongegrond te verklaren. Belanghebbende heeft geen nieuwe gronden aangevoerd, maar stelt dat de rechter onterecht geen prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie heeft gesteld.
De rechtbank oordeelt dat, gelet op de eerdere uitspraken en het ontbreken van nieuwe argumenten, voortzetting van het onderzoek niet nodig is en verklaart het beroep kennelijk ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de loonheffing bijtelling privégebruik auto wordt ongegrond verklaard.