Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
- er is in strijd met het beginsel van zuiverheid van oogmerk gehandeld;
- de redelijke termijn waarbinnen de feiten dienen te worden vervolgd is geschonden;
- er is in strijd met het gelijkheidsbeginsel gehandeld (beslissing tot vervolging van verdachte in plaats van [naam 5] (feit 1) en beslissing tot niet-vervolging van [naam 8] (feiten 2 en 3));
- er is in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde gehandeld:
NJ1996, 249 en HR 30 maart 2004,
NJ2004, 376).
4.De beoordeling van het bewijs
[naam 1] heeft kort na de liquidatie verklaard dat zijn vader in de ‘onderwereld’ zat en veel vijanden had. Er is door de politie uitvoerig onderzoek ingesteld naar de mogelijke motieven voor de moord/doodslag op [slachtoffer] . In het proces-verbaal staan verschillende hypotheses beschreven van mogelijke betrokkenen. In dit verband is een groot aantal getuigen gehoord in de relatiesfeer van het slachtoffer.
[telefoonnummer 1], [telefoonnummer 5] en [telefoonnummer 4] , zulks in verband met (kortweg) de liquidatie van [slachtoffer] . Alhoewel de politie daarna nog heeft gezocht moest de officier van justitie bij zijn repliek erkennen dat die gegevens niet zijn gevonden.
hij was een goede karateman” en “
als dat soort volk er niet was kon ik geen geld verdienen” en ”
Nou kan hij karate doen in de andere wereld”en “
dat hij de dood heeft verdiend”. Getuige heeft er niet op doorgevraagd, zo verklaart hij. De rechtbank oordeelt dat deze woorden geen overduidelijke bekentenis inhouden richting getuige [naam 6] , temeer niet omdat op het moment van het doen van die uitlatingen het nieuws daarover volgens [naam 6] al in de krant had gestaan. Bovendien is niet uit te sluiten dat de getuige zelf lijkt te concluderen dat verdachte wel betrokken moet zijn geweest, nu hij volgens de getuige vergiffenis in de moskee is gaan vragen en wallen onder zijn ogen had. Op de vraag wat verdachte dan precies had gedaan moet getuige het antwoord schuldig blijven. Verder is hij wisselend in zijn verklaringen over de vraag of verdachte of [naam 29] de schutter was, of hij aanwezig was toen naar zijn zeggen de auto door [naam 30] aan verdachte werd geleverd, en over de vraag of het vragen van vergeving in de moskee over meerdere zaken ging of alleen over de liquidatie op [slachtoffer] . Tot slot is opmerkelijk te noemen dat [naam 6] als CIE-informant kennelijk heeft gezegd dat verdachte hem heeft verteld 18 moorden te hebben gepleegd. Als getuige bij de rechter-commissaris in oktober 2016 kan hij zich deze uitlating niet meer herinneren.
niemand aan zijn brood moest zitten”. Voorts verklaarde [naam 13] dat hij in de nacht van de ontploffing om 02.30 uur een scooter, een Gilera Runner, had zien rijden vanuit de richting van de Vondellaan, waarna er een politiebus kwam aanrijden. Later verklaarde [naam 13] dat een neef van verdachte, genaamd [naam 33] , hem in de derde week van september had benaderd met het verzoek om een Gilera Runner te stelen.
Ga weg anders gooi ik er nog een binnen”.
5.De benadeelde partijen
6.De beslissing
niet-
ontvankelijkin de vervolging van verdachte voor de feiten
4 en 5 (voor zover feit 5 ziet op de tenlastegelegde bedreigingen op 21 maart 2009 en 19 april 2009);
spreekt verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten onder 1, 2, 3 en 5 (voor zover feit 5 ziet op de bedreiging in de maand februari 2014);