Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
Toelichting Naheffingsaanslag’. In deze brief staat onder meer vermeld dat de inspecteur aan belanghebbende een naheffingsaanslag accijns oplegt van € 933.888,26 (hierna: de naheffingsaanslag) en bij gelijktijdige beschikking € 54.321 belastingrente in rekening brengt.
2.Feiten
‘voltooid’had gemeld.
Voordat wordt overgegaan tot het opmaken van een naheffingsaanslag wordt U in de gelegenheid gesteld om voor d.d. 5 april 2015
3-OPV-01, RHV-001-2 en RHV-001”. Tevens zijn die stukken in kopie verstrekt. Belanghebbendes gemachtigde reageert daarna bij brief van 18 mei 2015. Hierop reageert de inspecteur bij brief van 3 juni 2015 en wordt de gelegenheid geboden te worden gehoord. Belanghebbendes gemachtigde reageert daarop bij brief van 25 juni 2015. Op 23 juni 2015 vindt een gesprek plaats en de inspecteur deelt bij brief van 3 juli 2015 mee dat hij ter zake van de 13 leveringen aan [naam gadresseerde] de naheffingsaanslag zal opleggen.
“Toelichting Naheffingsaanslag”. In deze brief is onder meer het volgende opgenomen.
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
‘Toelichting Naheffingsaanslag’heeft niet de vorm van een naheffingsaanslag en kan, aldus belanghebbende, niet anders worden opgevat dan als een toelichting op de nog steeds niet ontvangen naheffingsaanslag.
‘Toelichting Naheffingsaanslag’alle in 4.2 genoemde elementen. De brief kan derhalve worden aangemerkt als naheffingsaanslag. De in de brief overigens vermelde informatie maakt niet dat er geen sprake is van een naheffingsaanslag. Overigens heeft belanghebbende niet gesteld en is niet gebleken dat belanghebbende door de afwijkende vorm van de naheffingsaanslag in haar rechten is beperkt. Belanghebbende heeft tenslotte tijdig bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de naheffingsaanslag op de juiste wijze is bekend gemaakt.
‘voltooid’heeft afgemeld in het EMCS. Met name met betrekking tot de laatste zending uit het in 2.2 opgenomen overzicht is hiermee aangetoond dat die zending de geadresseerde niet heeft bereikt, maar dat de zending door of namens die geadresseerde wel is afgemeld. Ook is er geen enkel fysiek noch administratief bewijs aangetroffen dat de onderhavige zendingen ooit daadwerkelijk in het belastingentrepot van [naam gadresseerde] zijn ontvangen. Op basis daarvan constateert de inspecteur dat er zich onregelmatigheden hebben voorgedaan gedurende de overbrenging van de goederen. Nu niet kan worden vastgesteld waar die onregelmatigheden zich hebben voorgedaan is Nederland op basis van artikel 10, vierde lid, van de horizontale richtlijn accijns (Richtlijn 2008/118/EG) en artikel 2c van de Wet op de accijns heffingsbevoegd met betrekking tot de accijns, aldus de inspecteur. Tevens stelt de inspecteur zich op het standpunt dat belanghebbende meer dan voldoende in de gelegenheid is gesteld de in de wet geboden tegenbewijsmogelijkheid te gebruiken, maar dat dit niet tot een andere uitkomst heeft kunnen leiden.
De partij drank werd dan feitelijk met de container [containernr] vervoerd naar Engeland onder de naam "Hygiene products”
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om (materiële en immateriële) schadevergoeding af.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: