Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 18 januari 2017 en de daarin genoemde stukken,
- de ten behoeve van de comparitie door mr. Schakenraad toegezonden stukken
- de conclusie van dupliek met producties 13 tot en met 17,
- de akte uitlating partijen van de zijde van [gedaagde] .
2.Het geschil
3.De beoordeling
.
Ter plaatse van de genoemde werkzaamheden was de dakrand niet voorzien van leuningen.
De werkzaamheden werden ook uitgevoerd in de directe nabijheid van de dakrand, waar ter plaatse geen randbeveiligingen was aangebracht.
Ter plaatse van de genoemde werkzaamheden werden er geen harnasgordels gebruikt, of waren er geen andere technische voorzieningen getroffen, zoals het aanbrengen van een vangnet onder de dakconstructie, om het valgevaar te voorkomen.
persoonlijkrustende verplichting uit hoofde van de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: Arbowet) heeft gehandeld overweegt de rechtbank het navolgende. Ingevolge artikel 3 lid 1 van Pro deze wet is de werkgever gehouden zorg te dragen voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten. Onder “werkgever” wordt krachtens artikel 1 lid 1 aanhef Pro sub a verstaan
- Uit de aanstellingsbrief van [overledene] van 16 december 2010 in samenhang bezien met de door [naam werknemer] en [naam werknemer] ten overstaan van de Arbeidsinspectie afgelegde verklaringen staat genoegzaam vast, dat [overledene] in zijn functie van projectleider bij SWD verantwoordelijk was voor het toezien op een veilige uitvoering van de projecten door de werknemers van SWD.
- Niet weersproken is dat [overledene] bekend was met alle binnen SWD geldende
€ 1.737,=(3 punten x tarief € 579,=)